Zaterdag 3 november CHICLAYO
De avond ervoor de hele avond gezellig gekletst met een stelletje uit Piura, hoe gek kan het gaan...we verstonden
bijna geen letter van mekaar haha.
We vertrokken uit Piura in de veronderstelling dat de 230 km peanuts was, één rechte weg naar het westen richting zee. Meteen nadat we de stad uitreden begon de woestijn. We hebben nog nooit zo’n breed strand gezien van maar liefst 230 km!!!! Vanaf de stad hebben we bijna geen teken van leven meer gezien.
Ik viel zowat in slaap op de motor van de monotone rit, tot ik op een gegeven moment mijn lampje zag branden dat ik met mijn brandstofvoorraad op reserve stond. Gelukkig kan ik dan nog zo’n dikke 40 km rijden.
Ik lichtte Ad in en die stond ook al een tijdje op reserve, dus mijn slaap was zo over!!!!
Wij dachten wel ergens een tankstation te vinden, maar werden steeds onzekerder daarover. Tot we mensen zagen langs de weg en vroegen waar het eerstvolgende tankstation was. 100 km verderop was hun antwoord.....
STOM STOM STOM dat wij niet getankt hadden vooraf in de stad en ik zag het al helemaal voor me...eentje van ons hulp halen, terwijl de ander alleen langs de kant stond. Dat is vragen om problemen natuurlijk.
Uiteindelijk zagen we halverwege een soort van restaurantje langs de weg, en zijn daar gaan vragen.
En gelukkig hadden deze mensen een klein voorraadje staan en konden ze ons aan 8 liter benzine helpen.
Het ging weer goed, we reden weer en hadden schik dat we zo’n geluk hadden gehad. Maar toch weer een beetje voorbarig, want de lampjes brandden al snel weer. De plaats Chiclayo lag toch verder dan we dachten,
en toen we dus weer een restaurantje zagen (langs deze eenzame weg waren er welgeteld maar 2) vroegen we daar weer om benzine, en we hadden wéér geluk, ze hadden nog 4 liter benzine!!
Hiermee hebben we het precies gered, maar waarschijnlijk gaan we nu niet meer op pad zonder onze reserve kannetjes vooraf te vullen.
Voordat we de stad Chiclayo inreden zagen we veel armoede,wij hebben het vermoeden dat Peru veel armoede kent. Hier in het noorden in ieder geval wel.
Toen we Miss Piggy zagen met haar familie moest ik weer denken aan de lugubere indruk die het bij mij achterliet toen ik die arme geroosterde varkens in die dorpjes zag.
En we riepen voor de gein, LOPEN JONGUUUUH, ZOVEEL ALS GE KUNT, zodat jullie goed afgetraind zijn, want d’n dikste hebben ze het liefst voor de slacht!!!
Achteraf wat een saaie dag zou worden is toch nog spannend en leuk geweest, door dit soort dingen ben je intensief met de bevolking bezig en leer je ze beter kennen.